Splitsen of de lucht in?
Home » Blog » De Huizer Woonparadox: Waarom ‘sprokkelen’ niet langer volstaat

De Huizer Woonparadox: Waarom ‘sprokkelen’ niet langer volstaat

Huizer melkmeisje maakt nieuwe woningen.
Huizer melkmeisje heeft in verleden al veel nieuwe huizen gekleid in Stad en Lande, meentgronden, etc. (bron: AI afbeelding)

Huizen staat op een kruispunt. Ons dorp heeft een rijke historie als groeikern. In de jaren ’60, ’70 en ’90 hebben we enorme stappen gezet met de ontwikkeling van wijken als Stad en Lande, de Meentgronden en het Vierde Kwadrant. Die uitbreidingen hebben Huizen gevormd tot wat het nu is, maar ze betekenen ook dat we letterlijk en figuurlijk tegen de grenzen van ons grondgebied aanlopen. Het ‘voltooide dorp’ is geen kreet, het is een fysieke realiteit.

Tegelijkertijd neemt de druk vanuit de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en de Provincie Noord-Holland toe. Op papier zijn de ambities helder; meer woningen, hogere plancapaciteit en versnelling. Zelfs aan de coalitietafel in Huizen is woningbouw het hoofdgerecht, wat ook bleek uit mijn recente AI-onderzoek naar het coalitieakkoord. Ook de update rond de coalitieonderhandelingen bevestigd dat de ruimtelijke agenda voor Huizen op tafel ligt. Gebiedsvisies, herontwikkeling van bestaande locaties en een herijking van de 1.200-lijst worden genoemd als belangrijke opgaven. Dat is terecht, maar de vraag blijft of gebiedsvisies alleen voldoende zijn. De kernvraag is niet alleen welk gebied we bekijken, maar welke functie we daar uiteindelijk durven te kiezen.

De vraag is dan ook niet: waar kunnen we nog bouwen? Maar vooral: bouwen we eigenlijk nog wel op de juiste plekken?


1. Participatie zonder doorbraak

Resultaten in Infographic van Huizer woonconferentie
Infographic met resultaten woonconferentie (bron: raadsvergadering 22 mei 2025)

De Huizer Woonconferentie was een waardevol initiatief. Het resulteerde in de inmiddels bekende ‘1.200-lijst’. De betrokkenheid was groot, de ideeën divers, maar het “gouden ei” bleef uit. We hebben creatief gezocht naar snippers grond, maar de fundamentele politieke pijn is nog niet behandeld. In het verleden zijn we daar goed in geweest, denk aan de transformatie van de Koning Wilhelminaschool waar ik over vertelde in mijn maidenspeech. Maar de schaal van dergelijke projecten is niet langer voldoende.

Politici zoals Peter Korzelius (GroenLinks) framen de discussie door te wijzen op het verleden. Hij noemt het een ‘bloody shame’ hoe Huizen zijn grondpositie heeft weggegeven. Hoewel dat een gekleurde politieke bril is, raakt het aan een kernpunt: we hebben in het verleden eigen regie ingeruild voor korte-termijn begrotingsdiscipline. Maar enkel terugkijken lost de crisis voor de Huizer starter van nu niet op.

We willen in Huizen het dorpse karakter behouden, maar de provinciale koers richting 2050 geeft prioriteit aan woningbouw. Om de huidige targets te halen, moeten we op transformatielocaties de lucht in, of we moeten accepteren dat we de doelen simpelweg niet halen.

2. Regionale samenwerking en de kloof tussen ambitie en realiteit

Samenwerken is erg belangrijk
Hoe zorg je dat je in een samenwerking niet ineens teveel op afstand komt?

Het Rijk en de Provincie sturen via het Programma Woningbouw aan op forse aantallen en op een plancapaciteit van 130%. Voor een gemeente als Huizen, die binnengemeentelijk al bijna volledig is dichtgebouwd, is deze strategie vaak niet realistisch. De regio heeft een visie die op papier klopt, maar voor de Huizer praktijk levert het geen vierkante meter extra op, tenzij we bereid zijn heilige huisjes zoals de maximale bouwhoogte resoluut door te breken.

De laatste WiMRA 2025 rapportage is ook ontnuchterend. In onze regio blijft de kloof tussen inkomen en woningprijzen gigantisch, maar in Huizen wordt dit probleem uitvergroot door onze specifieke woningvoorraad.

  • De scheefgroei: Maar liefst 77% van onze woningen bestaat uit eengezinswoningen.
  • De demografie: Tegelijkertijd vergrijst onze bevolking razendsnel; 61% is inmiddels 55-plus.

We zijn in alle eerlijkheid een dorp vol ‘empty-nesters’ geworden: mensen die in (te) grote woningen wonen die ooit voor gezinnen waren gebouwd. Niet omdat ze dat willen, maar omdat er geen passend alternatief is. Hier ze een verborgen potentieel, maar ook een complex maatschappelijk vraagstuk.


3. De Huizen Woning-Splitser-Analyzer: van gevoel naar inzicht

Hoe zit het met de Huizer woningparadox?
Wordt het woningen splitsen of gaan we toch de lucht in?

Om de verborgen dynamiek inzichtelijk te maken, heb ik de Huizen Woning-Splitser-Analyzer ontwikkeld. Waar beleidsdiscussies en het participatietraject (zoals de Woonconferentie) vaak blijven hangen in aannames en sentiment, brengt deze tool verschillende databronnen samen om een feitelijk beeld te schetsen van de mogelijkheden binnen het bestaande dorp.

De analyzer koppelt BAG-data (woningoppervlakte en gebruik) aan CBS-buurtgegevens en verrijkt dit met een indicatief model voor huishoudgrootte. Daarmee ontstaat een schatting van het splitsingspotentieel per woning en per buurt. Door het splitsingspotentieel te combineren met een schaduwindex (met als indicator voor hittestress en leefbaarheid) ontstaat een tweede dimensie: niet alleen waar ruimte zit, maar ook waar verdichting verantwoord is. Het resultaat is geen exacte voorspelling, maar een analytische spiegel: hoe verhouden plannen, potentieel en leefbaarheid zich tot elkaar?

3.1. Wat laat de data zien?

Geografische kaart van Huizen met mogelijkheden voor splitsing
Wat laat de Huizen Woningsplitsing Analyzer zien op de kaart

De eerste inzichten zijn ontnuchterend én verhelderend. Bij een minimale woninggrootte van 120 m² kunnen we in Huizen circa 400 tot 450 extra woningen realiseren via splitsing. Dat is substantieel, maar onvoldoende om de volledige opgave op te lossen. Tegelijkertijd laat de analyse zien dat dit potentieel sterk ongelijk verdeeld is over de gemeente.

Belangrijker nog: de plekken waar ruimte zit, de plekken waar gebouwd wordt en de plekken waar het prettig wonen blijft, vallen niet vanzelf samen.

In sommige buurten met relatief weinig splitsingspotentieel en een lage mate van schaduw (zoals delen van bedrijventerreinen en sportzones) zien we juist grotere bouwplannen. Tegelijkertijd zijn er buurten waar meer ruimte aanwezig is binnen de bestaande woningvoorraad en waar de leefomstandigheden gunstiger zijn, maar waar relatief weinig concrete plannen liggen.

Dat betekent niet dat er “verkeerd” gebouwd wordt. Maar het betekent wel dat de huidige keuzes vooral gedreven lijken door waar ruimte beschikbaar is, en minder door waar het logisch en toekomstbestendig is om die ruimte te benutten.


4. Risico: de slaapstad en de sociale cohesie

Huizer melkmeisje zet symbolisch de schop al in de grond
Schop in de grond bij industriegebied ’t Plaveen? (bron: AI afbeelding)

We nemen momenteel stappen in het industriegebied met de gefaseerde ontwikkeling van de Oude Haven (fase 1, 2 en 3). Maar we moeten waken voor het ‘slaapstad-effect’. De formatie-update onderstreept terecht dat ruimte voor bedrijvigheid behouden moet blijven. Tegelijkertijd wordt ook gekeken naar combinaties van wonen, werken, ontspannen en recreëren aan de randen van bedrijventerreinen. Juist daar zit de spanning. Als transformatie sluipenderwijs leidt tot minder ruimte voor lokaal werk, dreigt Huizen meer woonplaats dan werkplaats te worden. Dat is geen reden om transformatie uit te sluiten, maar wel om expliciet te kiezen welke economische functies we willen behouden.

Gebiedsvisies kunnen helpen om deze afwegingen concreet te maken, maar alleen als ze meer zijn dan een ruimtelijke inventarisatie. Een gebiedsvisie moet niet alleen de vraag beantwoorden wat er technisch past, maar vooral welke functie Huizen op die plek wil versterken: wonen, werken, groen, sport, voorzieningen of doorstroming. Zonder die keuze blijft ook een gebiedsvisie een nieuwe vorm van sprokkelen.

Daarnaast wordt er soms met een schuin oog gekeken naar sportlocaties zoals de Wolfskamer of De Vista. Als sportbestuurder ben ik hier glashelder over: dit is een doodlopende weg. Onze sportvelden zijn de haarvaten van onze samenleving. Verenigingen zorgen voor de sociale cohesie die een dorp een dorp maakt. Het opofferen van sport voor beton is een onomkeerbare fout die het dorpskarakter definitief vernietigt.


5. Conclusie: Een eerlijk verhaal is noodzakelijk

De overheid stapelt opdracht op opdracht: huisvesting voor jongeren, senioren en nieuwe doelgroepen. Maar in een gemeente die al drie groeifases (Stad en Lande, Meentgronden, Vierde Kwadrant) heeft doorlopen, is de rek er fysiek simpelweg uit. Wanneer we de opdrachten van het Rijk blind blijven accepteren zonder zelf de kaders te stellen, gaat het onvermijdelijk een keer fout.

De data laat zien dat we wat mij betreft voor drie fundamentele keuzes staan:

  • Eerlijkheid naar boven: durven we tegen Rijk en Provincie te zeggen dat Huizen binnen de huidige kaders fysiek beperkt is?
  • Hoogbouw-hubs: durven we op enkele knooppunten de hoogte in te gaan om groen, sportvelden en woonkwaliteit elders te sparen?
  • Splitsing 2.0: Durven we de 120 m²-norm los te laten en te accepteren dat woningen kleiner worden, zoals de woningmarktverkenner van ABF suggereert?
  • Functiekeuzes per gebied: durven we per gebied expliciet te kiezen wat daar leidend moet zijn: wonen, werken, groen, sport, voorzieningen of bereikbaarheid?

Zonder deze keuzes blijft de 1.200-lijst een sympathiek lijstje dat de werkelijke crisis niet gaat bezweren. De analyzer laat zien dat de oplossing niet in één richting ligt, zoals ook bleek uit het participatietraject. Niet alleen bouwen, niet alleen behouden, niet alleen optimaliseren; maar een combinatie van keuzes, gebaseerd op inzicht. De echte vraag is daarom:

De vraag is daarmee niet alleen óf er gebouwd moet worden, maar vooral waar en op welke manier dit het meest effectief en verantwoord kan gebeuren.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *